Droom je School II
Op welke uitgangspunten baseer je je gedroomde school? Voor mij houdt dit in:
- het kind staat centraal in zijn ontdekkingsproces van zichzelf en de wereld
- er zijn 4 groeimotieven: wie ben ik, hoe druk ik me uit (kind zelf), en hoe neem ik deel aan de groep en hoe lever ik daar mijn unieke bijdage aan (kind in groep)
- er zijn 4 vaardigheidsgebieden: creatief, sociaal, zelfkennis en cognitief
- Empowerment in plaats van Aanpassen
- Het kind is eigenaar van zijn eigen groeiproces
Het kind is de drager/bouwer van de samenleving straks. Niet een gedresseerde aap. Dus stap af van het aanpassen en begin met het “empoweren”: geef ze de tools en kennis om zich de maatschappij en de belangrijke issues eigen te maken (Internet, Duurzaamheid, Burgerschap etc.) zodat ze zich een mening kunnen vormen, beslissingen kunnen nemen vanuit een zelfbewuste houding.
Het cognitieve wordt veel te veel benadrukt. Slechts 10% van ons succes in werk wordt daardoor bepaald. De andere 3 zijn veel belangrijker.
Ouders en leerkrachten ondersteunen, stimuleren, regelen, geven liefde en een veilige omgeving. Maar kinderen moeten kunnen leren: uitproberen, ervaren, experimenteren, fouten maken, vastlopen, zich vervelen, voelen, iets anders bedenken, dagdromen, omgaan met andere kinderen, omgaan met eigen emoties, ergens heel erg trots op kunnen zijn, zich kunnen spiegelen, ergens door geïnspireerd raken, door kopiëren zelf op ideeën komen. Kortom: opgroeien.
Daarin past niet een al te strak schema! Geen “prestaties” en cijfers. Wel: aanbieden, inspireren, uitdagen, spiegelen. Meegaan en nog een stapje verder gaan. Ervaringen gebruiken als voorbeelden. Geen antwoorden maar vragen stellen. Een kind dat een goede vraag stelt leert meer dan een kind dat braaf zijn voorgekauwde lesje leert.
En ook geen straffen en belonen. Als een kind voor het eerst zindelijk wordt, gaan we er ook geen fanfare bij halen. Dat is een natuurlijk proces. Een simpel complimentje is genoeg. Dat geldt ook voor de jaren daarop: kinderen hebben genoeg eigen behoefte om zich te ontwikkelen. Het gaat niet om leren, maar het gaat om het plezier in leren. Als dat proces wordt verstoord dan is er ergens een probleem. Dan moet je je daarop richten.
Da’s zeker niet vrijblijvend.
We moeten kinderen veel meer vrijheid-in-verbinding geven. Daar moeten we niet bang voor zijn.
Niet voorkauwen, geen van te voren vastgelegde porties eenheidsvoer door de strot douwen. Niet teveel regels opleggen al zijn ze net zo goed bedoeld.
Stel je voor dat je als school zegt “er wordt hier geen ruzie gemaakt”. Het klinkt mooi maar is juist niet handig! Want dan onderdruk je natuurlijk gedrag bij kinderen. Kinderen moeten zelf uit kunnen vinden hoe ver ze kunnen gaan en wat sociaal “handig” gedrag is. Snij dat nou niet de pas af door er van te voren een “norm” (betonblok) voor te gooien.
We moeten als volwassenen veel minder billenknijperig zijn. In onze behoefte kinderen te beschermen voor en voor te bereiden op die boze buitenwereld verzuimen we om hen het zelfvertrouwen en de vrijheid mee te geven die hen een volwaardig mens maakt. We leveren standaardmensen af. En daar hebben we nou net geen behoefte aan!